Weer geen slechte plaat van The Fall (1991)

Met de achttiende produktie in veertien jaar - en zestien bezettingen - zijn er nog mensen die beweren dat The Fall steeds dezelfde plaat maakt.

Tja, The Fall klinkt nu eenmaal altijd als The Fall en voorman Mark E. Smith is een recalcitrant mannetje dat overal lak aan heeft en enkel trouw blijft aan zijn eigen opvattingen over muziek. Het zij zo, maar het zou leuk zijn om die eigenwijze Smith eens onderuit te zien gaan. Gewoon, één slecht plaatje. Dat ietwat beschamend inhaakt op een trend of zo. Maar nee, Shift-work kan wedijveren met de beste Fall-werkstukken als Grostesque, Perverted by Language en This Nation’s Saving Grace.
Ondanks het vertrek van Marcia Scholfield en Martin Bramah en de komst van violist Kenny Brady is er weinig veranderd in de band. De muziek van The Fall wordt nog steeds bepaald door de snerende megafoon-stem van Smith (So What About It?), hoekige en tegendraadse ritmes, drammerige gitaarrifjes en rare toetsenfratsen (The Book Of Lies). Gebleven zijn ook Smiths typische cryptische songtitels (Idiot Joy Showland) en zijn tirades tegen hypocrisie. In The Mixer moeten de gemakzuchtige remix-praktijken in de popmuziek het ontgelden en in A Lot Of Wind beschrijft Smith doeltreffend de afstompende saaiheid van het medium televisie. En: geen Fall-plaat is compleet zonder een obscure cover. Ditmaal is dat White Lightning van rockabilly-held The Big Bopper. Veel kwaliteit, weinig echt nieuws. Geen nieuws is dan ook goed nieuws voor The Fall.

The Fall: Shift-work (Cog Sinister/Phonogram)

Haagsche Courant, mei 1991