Mircea Cartarescu en zijn vliegende kathedraal (2010)

De Wetenden van Mircea Cartarescu is een literaire sensatie. De vuistdikke roman is een duizelingwekkende ode aan de verbeelding in de vorm van een al dan niet fictieve familiegeschiedenis. De Wetenden is een complexe en koortsachtige vertelling. “Het was niet moeilijk om te schrijven. Het was alsof ik gedicteerd werd, of beter, dat ik onder hypnose schreef”, zegt Cartarescu.



Mircea Cartarescu (Boekarest, 1956) schept in De Wetenden een zinsbegoochelende wereld vol melancholieke herinneringen en mystieke visioenen. Fictie en realiteit vermengen zich in de gedachten van de verteller, de jonge, in zichzelf gekeerde Mircea, die voor het raam van zijn kamer uitkijkt op Boekarest. Hij bevindt zich afwisselend ‘in de steeg van de Begoocheling, op de weg van de Dagdroom, in het park der Herinnering, op het station van de Hallucinatie, in de wijk van de Werkelijkheid'. Aan de hand van de puber maken we een hallucinerende reis door tijd en ruimte. Hij traceert zijn familiegeschiedenis terug naar Bulgarije om middels de jonge jaren van zijn moeder, het nachtleven van het Boekerest tijdens de Duitse bezetting en de zijn traumatische jeugdervaringen in het Roemenië van Ceausescu in de moerassen rond New Orleans terecht te komen, waar een mysterieuze sekte, de Wetenden, de waarheid van het verblindende licht zoekt. En dat is nog maar het begin, want De Wetenden is het eerste deel van een 1500 pagina’s tellende trilogie. De Wetenden is een hybride labyrint van stijlen en genres, een barokke vertelling die voortdurend aan metamorfoses onderhevig is. Woorden veranderen in mensen die weer veranderen in vlinders. Alledaagse gebeurtenissen gaan over in surrealistische en niet zelden apocalyptische visioenen. Mircea Cartarescu, een romanticus pur sang, plaatst zich met De Wetenden in de hoogste kringen van de wereldliteratuur, tussen Kafka, Joyce, Borges en Marquez.



In het eerste deel van De Wetenden ontdekt de jongen Mircea de magische wereld van boeken. Kunt u zich herinneren wanneer u voor het eerst de geur van stoffig papier opmerkte, een geur die u beschrijft als het opwindendste parfum ter wereld?
“Ik kom uit een arbeidersfamilie. Mijn ouders hadden slechts vijf boeken in huis. Geen van alle literatuur. Het beste was een biografie over Thomas Alva Edison. Maar al voordat ik leerde lezen, waren deze vijf vreemde objecten mijn favoriete speelgoed. Ik kende ze tot in de kleinste details, zoals een meisje haar poppen kent. Ik herinner me nog steeds de kleur van de pagina’s, de geur en de plaatjes. Ik had ze altijd en overal bij me. Ik speelde ermee en ik bekeek de hele dag lang de erg kleine en bleke insecten die tussen de bladzijden leefden en zich voedden met de cellulose en lijm van de binding. Op die manier waren de twee passies van mijn leven, lezen en entomologie, vanaf het begin met elkaar verbonden.”

De Wetenden is het eerste deel van het drieluik Orbitor, een ambitieuze, buitensporige en overweldigende roman over (persoonlijke) geschiedenis, herinnering, melancholie en verblindende waarheid. Wat was uw oorspronkelijke concept en hoe bent u het gaan schrijven en samenstellen?
“Ik naderde mijn veertigste jaar en ik voelde ‘nel mezzo del camin di nostra vita’. Ik besefte dat het tijd werd om ‘het boek van mijn leven’ te schrijven. Toen ik met dit project begon, wist ik drie dingen: dat het boek Orbitor (een erg mooi Roemeens woord, dat overweldigend licht betekent) zou gaan heten, dat het meer dan duizend bladzijden zou tellen en dat ik er ongeveer tien jaar aan zou werken. Uiteindelijk heb ik er, met enige onderbrekingen, bijna vijftien jaar over gedaan en bestaat de trilogie uit vijftienhonderd pagina’s.”

Kunnen de drie delen los van elkaar gelezen worden of kunnen ze alleen maar echt gewaardeerd worden als geheel?
“Ze vormen een sterke eenheid omdat mijn boek gevormd is als een vlinder of een kathedraal (met een centraal midden en twee vleugels). Om deze twee metaforen te combineren, heb ik het wel eens over een vliegende kathedraal of een mystieke vlinder. Maar de drie romans kunnen ook gelezen worden als op zich staande, afgeronde boeken. Ik zou zelfs zover willen gaan om te stellen dat veel hoofdstukken gelezen kunnen worden als afzonderlijke boeken, omdat ze een heel specifieke sfeer hebben. Je kunt er ook voor kiezen om willekeurig een paar bladzijden uit elk van de delen te lezen. Het zou ook een lonende wijze van lezen zijn, want Orbitor is feitelijk een verzameling van honderden afzonderlijke gedichten.”

Al lezende krijg je het gevoel dat de schrijver een welhaast religieuze taak te volbrengen had. Er is een gevoel van verering en devotie voor het geschreven woord. Voelde het schrijven van Orbitor als monninkenwerk?
“Het was niet zwaar om het te schrijven. Het was alsof ik gedicteerd werd, of beter, dat ik onder hypnose schreef. Ik hoefde nooit correcties aan te brengen. Mijn manuscripten zijn foutloos (mijn boek is geheel met de hand geschreven). Ik begon simpelweg met de eerste letter en eindigde met de laatste. Ik wist nooit wat ik zou gaan schrijven op de volgende bladzijde. Het was als een zwangerschap; het kind groeit in de baarmoeder, of de moeder eraan denkt of niet.”

Een de belangrijkste onderwerpen en bron van inspiratie is de stad Boekarest. Is Boekarest voor u als schrijver wat Dublin was voor James Joyce’s schrijverschap of wat Buenos Aires betekende voor Jorge Luis Borges’ artistieke visie? U schrijft dat Boekarest uw alterego is. Kunt u daar iets meer over zeggen in relatie tot deze roman?
“Ik was altijd een beetje jaloers op schrijvers die een eigen stad hadden, een stad die tot leven kwam in hun werk. Denk aan Dostojevski en Sint-Petersburg, Durrell en Alexandrië, Joyce en Dublin. Daarom ben ik begonnen met het opnieuw vormgeven van Boekarest, om het in mijn schedel te laten passen als een lotus van origami, om het mij helemaal eigen te maken. Het Boekarest in Orbitor heeft weinig van doen met de hoofdstad van mijn land. Het is een innerlijke stad, het is welhaast de erotische fantasie van een egomaniak. De gebouwen zijn niet gemaakt van steen en cement, maar bestaan uit hersenweefsel.”

De Wetenden is deels memoir en familiegeschiedenis. Heeft u veel onderzoek moeten doen naar de geschiedenis van uw familie en hoe moet de lezer de balans tussen feit en fictie zien, bijvoorbeeld in het verhaal over uw moeder?
“Ik heb nooit iets geweten over mijn familie. Ik wist nauwelijks de namen van mijn grootouders en al helemaal niets over hun voorouders. Om die reden vond ik het nodig om een familiegeschiedenis te bedenken. Het verleden is geen herinnering voor mij, maar een constructie. Wanneer ik een gat in mijn geheugen heb (of in de collectieve herinnering van het historische verleden) vul ik het maar al te graag op met een eigen inhoud: mythen, archetypen, symbolen, beelden. Op deze manier wordt het verleden echter dan het heden of de toekomst. ‘Het verleden is alles, de toekomst niets’ – het is een alomtegenwoordige spreuk in mijn roman. In het eerste deel van het boek draait het om mijn moeders familie en in het derde deel is mijn vader (en zijn familielijn) de held.”

De Wetenden is een labyrint van stijlen en literaire genres: magisch realisme, gothic, autobiografie, familiekroniek, politieke satire, fantasy, erotiek, wetenschap en science fiction. Het is welhaast alsof er niet één schrijver is, maar dat er heel veel verschillende Mircea’s zijn die het boek schrijven. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?
“Ik weet het niet. Ik ben ooit als dichter begonnen en ik denk wel dat dat geholpen heeft. Voordat ik Orbitor schreef heb ik een nog veel ingewikkelder en complex werk gepubliceerd, een uit zevenduizend verzen bestaand gedicht met de titel Levantal, dat door veel mensen als mijn belangrijkste werk wordt beschouwd. Helaas is dat werk volledig onvertaalbaar. Ik denk dat het schrijven van dat epische gedicht me voorbereid heeft om te kunnen omgaan met de vele stemmen en stijlvormen in Orbitor.



Er zijn momenten in het boek waar u, met zelfspot, schrijft dat dit boek onleesbaar is. Die opmerking gaat soms inderdaad op, want er zijn passages die een geheel eigen en hermetisch gesloten logica hebben. U vraagt veel van de lezer. In onze huidige cultuur zijn we niet langer gewend aan boeken als De Wetenden. Bent u niet bang geweest om lezers af te schrikken?
“Niemand, in welk tijdvak dan ook, was er ooit op voorbereid om Finnigans Wake te lezen, maar dat boek bestaat nog steeds en verkoopt tamelijk goed. Weinigen hebben ook de roman van Proust uitgelezen, of die van Musil, of zelfs De Goddelijke Komedie. T.S. Eliot heeft gezegd dat er dingen zijn die enkel gezegd kunnen worden in heel lange en complexe werken. Eens in zijn leven zal een serieuze auteur het moeten doen, zonder zich af te vragen hoeveel exemplaren hij ervan zal verkopen. Orbitor is slechts een van de twintig boeken die ik tot dusver heb geschreven. Mijn werk bestaat uit poëzie, essays, politieke artikelen, romans, kinderboeken, reisboeken, en boeken over literaire theorie en literaire geschiedenis. Veel van die boeken zijn geschreven in een eenvoudige, directe stijl. Van eentje, een boek over een vrouw, zijn in Roemenië tweehonderdduizend exemplaren verkocht. Ik ben geen gevangene van een bepaalde stijl of genre.”

Je zou kunnen stellen dat De Wetenden een ode aan de verbeelding is. Wat zijn enkele van de andere dingen die u de lezer biedt?
“Naarmate Orbitor vordert wordt het steeds minder fantasierijk en raakt het verhaal steeds dieper betrokken in realiteit, in geschiedenis, in politiek. Het derde deel is een Swift-achtige satire over het Roemeense communisme en de Roemeense revolutie, geschreven in een grimmige, wrange en groteske stijl die heel anders is dan de droomachtige toestanden van het eerste deel. Toen dit deel in mijn land werd gepubliceerd werd ik beschuldigd van pornografie en een gebrek aan patriottisme. Voor mij zijn verbeelding, dromen en realiteit niet gescheiden. Ze stromen allemaal  op die ene zijde van een Möbiusband.”

Vlinders spelen een belangrijke rol in uw boek. De vlinder is, klaarblijkelijk, een metafoor voor (persoonlijke) ontwikkeling en verandering. In uw roman krijg je het gevoel dat de vlinder een boodschapper is. Wat symboliseert de vlinder voor u?
“Vanwege zijn metamorfose is dit prachtige insect het perfecte beeld en symbool voor ons lot. Tijdens ons leven op aarde identificeren we ons met de rups. Vervolgens sluiten we ons op in onze graftombe, zoals een rups in zijn pop, en hopen we in het hiernamaals te verrijzen als gevleugelde, spirituele wezens, als fantastische vlinders. Overigens was het de vlinder en niet de vogel die voor de oude Grieken het symbool was van de ziel. Psyche, de godin van de ziel, werd voorgesteld als een jong meisje met de vleugels van een vlinder.”

Wanneer u in De Wetenden het communistische tijdperk in Roemenië aansnijdt, neigt u naar een satirische schrijfstijl. Is dat voor u de enige manier om met dit traumatische deel van de geschiedenis van uw land om te gaan?
“De communistische dictatuur in Roemenië heeft mijn jeugd verpest. Ik ben het slachtoffer van de verschrikkelijke dingen die er in die periode zijn gebeurd. Maar voor een kunstenaar is een trauma een productieve pijn. Ik zou nooit kunnen schrijven uit naam van vrijheid, mensenrechten of de rechten van minderheden zonder te denken aan de gruweldaden en vernederingen die wij ondergaan hebben onder het vorige regime in mijn land.”

Over de paranoïde Securitate, de geheime politie, schrijft u in De Wetenden een Swiftiaanse satire in de vorm van het verhaal over agent Stanila die een complot ontdekt in de routes die circus- en kermisklanten afleggen. Deze complottheorie lijkt nogal vergezocht, of niet?
“Het is slechts een van honderden vreemde of zelfs kinky ideeën in dit boek. Het bood me een gelegenheid om me het circus, waar ik zo van hield als kind, te herinneren. Mijn familie woonde dicht bij het grote staatscircus, waarvan ik geen voorstelling oversloeg. Maar pas in het tweede deel, dat sommige recensenten als het beste wordt beschouwd, komt het circus in al zijn pracht naar voren. Anderzijds vond ik het heerlijk om de Securitate af te beelden als een stel idioten. Het is mijn zoete wraak op hen...”

Wanneer u de geheimzinnige cult van De Wetenden introduceert, verandert het decor van Roemenië naar de moerassen van Louisiana. Waarom heeft u Boekerest afgezet tegen New Orleans?
“Naast Boekarest worden er in mijn trilogie verschillende andere steden afgeschilderd, in kunstmatige hoofdstukken die opdoemen als de ronde, kleurrijke ogen op de vleugels van vlinders. In het eerste deel is het New Orleans met zijn voodoo-mythen en in het tweede deel Amsterdam met de wallen. Een groot hoofdstuk in het derde deel gaat over Belaggio, een stad in Noord-Italië waar zijdewormen worden gekweekt. Ik ben erg blij met deze stedelijke panorama’s die ik ‘schilder’ op de bladzijden van Orbitor. Overigens is het ook een roman over schilderijen en schilders – een van belangrijkste personages is Desiderio Monsú, de raadselachtige Napolitaanse schilder.”

De Wetenden is een bedwelmende roman. Als een persoonlijke voetnoot kan ik zeggen dat het boek me letterlijk bedwelmde. Er waren momenten dat ik tijdens het lezen van uw boek in slaap viel en de meest angstaanjagende, surrealistische dromen had. Dromen spelen een belangrijke rol in het boek. Kan er waarheid gevonden worden in dromen?
“Er zijn vele verschillende soorten dromen. De vroege mens onderscheidde er zes, waarvan alleen de hoogste, genaamd ‘orama’, gestuurd door de goden, waar was. Homerus sprak over de twee poorten van de droom, een onechte en een ware. Twee of drie keer in mijn leven heb ik veelbetekenende, voorspellende dromen gehad. Ik zal ze nooit vergeten. Ik denk dat in de hedendaagse wereld is het kostbaarste verloren is gegaan; het innerlijke leven. Zoals in het evangelie staat, hebben we de hele wereld gekregen, maar hebben we onze ziel verloren. Dromen, poëzie, boeken, schilderijen, muziek, liefde; het wordt allemaal minder en als ze verdwijnen uit deze schemerende wereld zullen we dat nog betreuren.”

Mircea Cartarescu treedt op tijdens Crossing Border, 20 november 2010.
De Wetenden, vertaald door Jan Willem Bos, is uitgegeven door De Bezige Bij.

Het interview vormde de basis voor een artikel in AD Haagsche Courant, november 2010.