Jajouka: Een familietragedie (2003)

Auteur William S. Burroughs noemde het een vierduizend jaar oude rock ’n roll band, maar of de geschiedenis van The Master Musicians of Jajouka werkelijk zo ver teruggaat is een moeilijk te beantwoorden vraag. De vraag is ondergeschikt aan de legende over dit familie-orkest uit Marokko. Die legende vertelt ook dat de wereld zal ophouden te bestaan als deze groep muzikanten niet langer speelt.

Het einde van de wereld is derhalve nabij, want volgens Bachir Attar, leider van de Master Musicians Of Jajouka, zal het orkest binnen enkele decennia zijn verdwenen. Vergrijzing en migratie bedreigen het voortbestaan van de familietraditie uit het dorpje Jajouka, in de heuvels van het Rif-gebergte in het noorden van Marokko. De kinderen van de Attars willen hun leven niet in dienst stellen van de muziek en trekken naar de grote stad om een economisch beter bestaan te vinden. De huidige generatie van meestermuzikanten wordt ouder en sterft.

De muziek van de Jajouka’s, die pas in 1950 door het Westen werd ontdekt, is een door de familie Attar geheimzinnig gehouden mix van moslim- en soefi-invloeden. De Jajouka-cultuur is een magische wereld waarin de trance-verwekkende muziek, die gespeeld op blaasinstrumenten met dubbele rieten, fluiten en trommels, een heilzame werking wordt toegedicht.
Jajouka (wat zoveel betekent als ‘er staat je iets goeds te gebeuren’) is een agrarisch ingesteld dorpje op een uur rijden van Tanger. Er is geen elektriciteit of stromend water, de tijd lijkt er al eeuwen stil te staan. Sinds een paar jaar is er een voor auto’s begaanbare weg naar het dorp dat bestaat uit een aantal voor Noord-Afrika typische witte stenen huisjes en lemen hutten. De inwoners van de Ahl Sherif-stam houden er schapen en geiten, of werken op het vruchtbare land in de voetheuvels van het Rif-gebergte. In het midden van het dorp staat het bijna vergaan monument voor Sidi Ahmed Sheihk, een heiligman die rond 800 a.d. vanuit het Oosten naar Marokko trok om de Islam te verspreiden. Aan de vijgenboom die naast het gedenkteken voor het graf van Sidi staat, werden nog niet zo lang geleden zieke en psychisch gestoorde mensen vastgeketend die net zo lang met de muziek van de meestermuzikanten werden bestookt tot ze weer beter waren. Pelgrims zijn regelmatig te zien bij het graf, het is een bedevaartplaats die al honderden jaren wordt bezocht. Even buiten het dorpje, in de heuvels, is een grot te vinden waar de bewoners van Jajouka een belangrijke magische waarde aan hechten. De plek is verbonden met de legende van Bou Jeloud, de ‘vader van de huiden’ waarin westerse geleerden de Griekse god Pan herkennen. Eens per jaar wordt een feest, een vruchtbaarheidsritueel, ter ere van Bou Jeloud gehouden. De festiviteiten duren acht nachten en volgen op de maand van de ramadan. Een van de dorpelingen wordt in huiden van schapen gestoken om bij het vallen van de nacht het dorp in te sluipen, een opruiende dans op te voeren en vervolgens een vrouw, de bruid van Bou Jeloud, te ontvoeren naar de grot.
Hoewel het louter mannen zijn die de naam meestermuzikant mogen dragen, wordt er bij speciale festiviteiten ook door de vrouwen uit het dorp muziek gemaakt.
Het dorp Jajouka is ooit gesticht door de Attar-familie. Attar is een soefi-woord dat zoveel betekent als ‘hij die parfum maakt’. Lang voor de huidige dynastie van Marokkaanse koningen, speelden de meestermuzikanten voor de sultans en stond het orkest in een hoog maatschappelijk aanzien. De muzikanten waren vrijgesteld van arbeid en werden geacht hun leven in de dienst te stellen van de muziek.

Hoewel de ingrediënten van de muziek geheim worden gehouden en de bezwerende klanken van de Master Musicians Of Jajouka een unieke plaats in de muziekgeschiedenis innemen, zijn er wel raakvlakken met andere vormen van trance-muziek die in Marokko en Noord-Afrika voorkomen. Gnaoua en jilala zijn vergelijkbare stijlen van ‘heilige’ muziek die ook een soefi-achtergrond hebben. De herkomst van de Jajouka-stijl bevat behalve soefi-elementen ook invloeden uit het paganisme terwijl de belangrijkste propagandist van de meestermuzikanten, schilder en auteur Brion Gysin, er tevens sporen uit de oude Romeinse en Griekse culturen in herkende. De muziek laat niemand onberoerd. Ze kan hectisch zijn, op het panische af, als de ghaitas (blaasinstrumenten met een dubbele riet) schrille en oorverdovende tonen vormen, maar ook rustgevend en bedwelmend als de fluiten in een laag tempo spelen. Alle vormen van de Jajouka-muziek dienen een specifiek doel, maar meestal willen de meestermuzikanten geesten oproepen of juist demonen uitbannen. Jajouka-muziek is voor hen een vorm van psychische hygiëne.

Het waren Brion Gysin (die William Burroughs de literaire ‘cut-up’ techniek bijbracht)  en auteur Paul Bowles (The Sheltering Sky) die bij toeval de meestermuzikanten van Jajouka ontdekten in 1950, tijdens een bezoek aan een muziekfestival op een strand nabij Tanger. Gysin was zo gegrepen door de muziek dat hij in Tanger een nachtclub opende enkel en alleen om dagelijks zijn geliefde muziek te kunnen horen. Een paar jaar later nam Gysin de Amerikaanse auteur William S. Burroughs mee naar het dorpje. Burroughs publiceerde in Amerika over de volgens hem magische kracht van de muziek en het dorp werd een bedevaartplaats voor exponenten van de ‘beat generation’.  Tanger was in die periode een vrije internationale zone, een ‘interzone’, zoals Burroughs die in Naked Lunch beschreef, die een grote aantrekkingskracht op artiesten had.
In 1968 hielden enkele leden van The Rolling Stones er vakantie en Brian Jones raakte bevriend met Gysin. Jones bezocht Jajouka en was er de eerste om professionele geluidsopnamen te maken. Pas na de dood van Jones verschenen de met psychedelische geluidseffecten opgesierde opnamen op plaat, Brian Jones Presents The Pipes Of Pan. Het werd een plaat die onmiddelijk een legendarische status kreeg en hele drommen westerse hippies aanspoorde om Jajouka te bezoeken. Maar ook bevlogen artiesten, zoals jazz-saxofonist Ornette Coleman, reisden naar Marokko om opnamen te maken met de meestermuzikanten. De muziek werd bekend buiten Marokko, maar de invloed van het westen leek steeds meer nadelige gevolgen te hebben voor de Jajouka-cultuur.

Een triest resultaat van het contact met de westerse consumptiemaatschappij was dat de kinderen van de Attar-familie de traditie niet langer wilden voortzetten. Ze trokken massaal naar de grote stad. Eind jaren zeventig ondernamen de Master Musicians of Jajouka de eerste tournees door Europa. Maar na de hype uit de jaren zeventig leidde de groep een sluimerend bestaan totdat The Rolling Stones het orkest, dat inmiddels onder leiding stond van Bachir Attar, opnam voor de cd Steel Wheels (1989). ‘World music’ maakte vervolgens opgang in de muziekindustrie en producer Bill Laswell nam in 1992 de cd Apocalypse Across The Sky op in Jajouka. Een tournee door Amerika volgde op het succes van die plaat en Bachir Attar vestigde zich tijdelijk in New York, waar hij samenwerkte met avant-gardisten uit de jazz en de geïmproviseerde muziek.
Om het naderende einde van de familietraditie te keren, vindt Attar het van belang om zijn muziek niet alleen in het westen uit te dragen, maar ook om nieuwe manieren te vinden om zijn muziek te vermengen met die van andere culturen. Een voorbeeld hiervan is de cd die Attar maakte met de Engelse ‘wereldmuzikant’ Talvin Singh.
In de Verenigde Staten droomde Attar ervan om een Jajouka-school te beginnen, maar de anti-moslim sfeer in het Amerika van na 11/9 maakte een einde aan de plannen. Na een traumatische ondervraging door de FBI, vanwege de naam Attar en vermeende connecties met de Atta die de terroristische aanslag op het World Trade Center leidde, verliet hij New York om naar Marokko terug te keren. In Jajouka werd hij meer dan ooit geconfronteerd met de vergrijzing van zijn orkest en het welhaast onafwendbare einde van de meestermuzikanten. Toen William S. Burroughs zo’n vijftig jaar geleden de meestermuzikanten zag spelen, bestond het orkest uit ruim honderd man. Tegenwoordig leidt de onvermoeibare Bachir Attar nog slechts een handjevol, veelal bejaarde muzikanten. Bachir Attar hoopt nu een sponsor in Europa te vinden om of een school in Jajouka, of een school in een Europese stad op te zetten in een laatste poging om de traditie voort te zetten.

Dit artikel is een remix van een research-opdracht uit 2002/2003 voor de VPRO-TV t.b.v. de uiteindelijk niet geproduceerde serie Soul Mining. Artikel geplaatst met toestemming van Soul Mining ™ .

In het kader van deze opdracht sprak ik op 6 februari 2003 Bachir Attar telefonisch. In gebroken Engels vertelde hij dat hij nabij zijn dorp op een bergweide zat met zijn GSM. Ik heb de transcriptie van het gesprek zoveel mogelijk intact gehouden en onvertaald gelaten.

“I’m in Marocco now. Not going back to the States. Too much problems.”
How many Master Musicians are there these days?
“We are a family of musicians and we are a little sad because three months ago we should do a tour in America, 25 shows, but it didn’t happen. That hurt us a lot and hurt the music of Jajouka.”
In 1999 I saw you play at the Knitting Factory in New York, with your family but also with Genesis P-Orridge. How important is it to play with musicians from other cultures?
“I do things with my family and things with other musicians from Europe of America. But now the time is not for the music. We read about what is going on in the world and we do not like that. Music bring the peace. Music can help when people listen, but now people do not listen.”
Don’t you think the world needs the healing power of your music more then ever?
“Yes, I think the music can heal the brain and the mind of the human beings. Jajouka music only one music on this earth (..) can bring people down in the earth and think deeply and can change people and give a different view (…) on this planet where we live, is for everybody, for all human beings to live together on this planet. My view is now (…) the great artists have to bring some idea of peace and Jajouka music is the best roleplayer for peace”.

You seem very pessimistic about the future of Jajouka, you have said that in 50 years there will be no more Jajouka.
“Because we are the last generation and we are the youngest because some people past away, died. I work very hard to keep it going.”
Are there no youngster in the family who want to be musicians?
“For that we need big sponsors (..) that’s what I’m looking for. I wanted to start a school in america, now I want to start a school in Europe for Jajouka music. Maybe European people can play this music and can share it with different cultures.”
Is the tradition that you have, passing the music on from father to son, still alive?
“No, we are the oldest and I play with western people and I compose my music to fit with other music. I specialize in that. Have you heard me play with different artists?”
Yes, with Talvin Singh.
“That’s what I mean. I try to give the deepest real music to human beings but not a lot of people pay attention to what I do there. Only few people. I want to build a bridge, to translate it to another language, you know?”
Do you still try to teach the children in your family the Jajouka tradition?
“No. I told you, it's difficult for us to live with this music. You now, we are not the Rolling Stones with big money coming in. if he we had that, I would put school in the village and I would do my best. Jajouka is the oldest music in Marocco but we didn’t get the chance in thousands of years to get this music across. We had people who understood Jajouka music but they passed away, like William Burroughs, Paul Bowles, Allen Ginsberg (...) the beat generation of people they are in the highest level of art and music (… ) they died, my best friends."

Do you still organize festivities and celebrations in the village, like the feast for Bou Jeloud, The Pipes of Pan?
“Of course, but I don’t know if we can do it this year. As I told you about the situation with this war (...) we hope nothing happens (…) but the world of muslims and arabs will react to this (…) but nobody wants this. It’s gonna hurt us too and the music of Jajouka (…) The music of Jajouka can play an important role because our music is aspecially (made) for people who get a little crazy and we can help them with this music.”
Will you stay in Marocco?
“I think about moving to Europe. Don’t want to go back to America. After 9-11 I had big questions from the FBI because my name is Attar and there is somebody involved named Atta (…) so the FBI was questioning me, but I told them I have nothing to do with that (…) It’s not good for me I think to be in America so I hope to go tor Europe”.
But arent’ there millions of people called Attar?
“Yes, they are so paranoid in America. They are paranoid with anybody they don’t know (...) Anybody arabic."
Have you heard that people in Europe are also afraid of moslims?
”Pffff... when the world explodes (...) The people don’t understand, they think all arabs and muslims are going to kill …hahahahaha… people worry about that but they don’t understand.”

ps.
Voor een artikel over Brian Jones’ bezoek aan Jajouka en meer informatie over platen en cd’s zie: Brahim Jones Jajouka very stoned (1995)