Tony Oursler: "Je moet het beest kennen, om het te kunnen uitroeien." (1992)

Uit een vat lekt gif. In de plas weerspiegelt zich het tragische verhaal van Kepone, een Amerikaans gifschandaal. In het gekantelde vat zit een camera en de plas gif is een geschilderd stuk glas waarop beelden en teksten geprojecteerd worden. Kepone maakt deel uit van Triune, één van drie video-installaties waarmee de Amerikaanse kunstenaar Tony Oursler exposeert in Den Haag.

Naast Triune staan in het Haagse Kijkhuis voorts F/X#1 (Plotter) en Two Way Hex opgesteld. Video maakt slechts een bescheiden deel uit van drie werkstukken van de eigenzinnige Amerikaan, die zich beslist geen ‘videokunstenaar’ wil noemen. Tony Oursler: “Ik heb het niet zo op die gettovorming. Video maakt overigens een steeds minder belangrijk deel uit van mijn werk.”
De in New York geboren Oursler (1957) ging in 1976 naar het California Institute of the Arts om, zoals hij zelf stelde in zijn biografie, “te leren tekenen als Leonardo voordat ik kon schilderen als Picasso”. Maar in zijn eigenzinnige werk sinds Diamond (1979) spelen allerlei kunstdisciplines een rol. Video, schilderkunst, maar ook knip- en plakwerk met papier-maché, hout en glas. Ourslers universum oogt vaak als een kinderlijke, maar niet zelden morbide fantasiewereld, die op ingenieuze wijze onze eigen wereld weerkaatst. Zijn installaties en tapes verbinden op onnavolgbare wijze Warhol met Disney en Mélies met Bueys.

In zijn werk lijkt Oursler voortdurend bezig te zijn met het uitbannen van de demonen van onze moderne westerse wereld. Zoals het gifschandaal in Triune, of het groezelige pretpark als verbeelding van het kapitalisme in zijn uit 1985 stammende videotape Joyride. “Je moet het beest kennen, om het te kunnen uitroeien”, meent Oursler. “Binnen een systematische structuur ben ik echter eerder bezig het kwaad te definiëren, dan het uit te bannen. Sommige mensen zien die negatieve elementen in mijn werk en menen dat het goed zou zijn als een priester mijn installaties zou bezoeken”, lacht hij schamper.
Een videobeelden spugende draak, Gargoyle, met een uit spiegelglas bestaande bek en een piepkleine monitor in de keel vervult in Triune een exorcerende functie. In Triune strijden twee mechanisch gestuurde poppen om een videocamera. Een verwijzing naar de media, volgens Oursler: “Die dummy’s vechten om de plek achter de camera. Het gaat over bespieden en bespied worden, niet alleen door al die beveiligingscamera’s die je overal op straat en in winkels ziet, maar het gaat ook over het thuisgebruik van camcorders.”
F/X#1 (Plotter) bestaat uit een opgehangen pop voorzien van een grote zak als kop van Jut, waarop het hoofd van de maker geprojecteerd wordt. Naargeestig van onder belicht, vertelt Oursler over ontploffende hoofden, rondspuitend bloed en naar buiten gekeerde ingewanden. Het hoofd geeft uitleg over een fictieve film. ‘F/X’ uit de titel staat voor het woord effecten. Oursler zegt gefascineerd te zijn door het gebruik van ‘special effects’ in horrorfilms.
Two Way Hex staat als een rustpunt tussen de twee installaties in. Hindelooper motieven (door Oursler opgedaan tijdens een eerder bezoek aan Nederland) op de ene kant van de gigantische draaischijf van Two Way Hex bieden een tegenwicht tegen het gesuggereerde geweld van F/X#1 (Plotter) . De andere kant van de schijf vormt een hexagram, waarvan Oursler de occulte oorsprong betwijfelt. “Het is een heel oud symbool waarvan eigenlijk niemand weet wat het precies betekent. Ik denk dat het een tegen kwaad beschermende functie heeft.”
De relatie tussen de drie installaties ziet Oursler in de vergelijking tussen chemisch afval, hallucinaties verwekkende drugs als LSD (waarover een aantal ‘sprekende hoofden’ berichten in de strot van de draak) en de media. “Het effect op de mens van het Kepone-gif, de werking van die drugs en de stortvloed van informatie door de media, zetten volgens mij ook een waanbeelden veroorzakende reactie in de hersenen in werking. Ik zie een verbinding tussen de drie, maar het is aan het publiek om de relatie - welke dan ook - tussen de installaties te ontdekken.”

Haagsche Courant, februari 1992.