Pete Shelley (Buzzcocks): "Punk was niet alleen maar geschreeuw." (2009)

“Punk ging over het alledaagse leven, zelfs over de saaie dingen. De Buzzcocks zongen over de angsten, twijfels en verwachtingen die iedereen heeft, maar waar je nooit iemand over hoorde zingen”, zegt Pete Shelley. De puntige, melodische punk van de Buzzcocks is inmiddels klassieke popmuziek geworden en de band uit Manchester geeft dit jaar concertante uitvoeringen van zijn eerste twee albums uit 1978.

Buzzcocks anno 1978 © EMI Music LTD

Popmuziek is klassiek geworden. Steeds meer artiesten voeren hun oude albums integraal uit het podium. Brian Wilson deed het in 2003 al met Pet Sounds, het met recht klassiek te noemen album van The Beach Boys uit 1966. Lou Reed volgde met Berlin en Van Morrison met zijn Astral Weeks. Vorig jaar speelde Public Enemy It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back (1988), het album waarmee een hele generatie hiphop-fans is opgegroeid. Buzzcocks is de eerste punkband die gevolg geeft aan deze trend van concertante uitvoeringen. Gezien de korte speelduur van de meeste punkliedjes, brengt deze Engelse band integrale versies van twee albums; Another Music In A Different Kitchen en Love Bites, beide uit 1978.

De Buzzcocks hebben er zes optredens van de Another Bites Tour in Engeland en Schotland opzitten als ik Pete Shelley (53) aan de telefoon krijg. “Het gaat lekker. Ik heb het idee dat we voor deze tournee wat meer mensen trekken die in de jaren zeventig al naar ons kwamen kijken. Nostalgie? Nee, dat denk ik niet. Er is altijd een gevoel van twijfel als je een band gaat zien die je vroeger goed vond, want misschien is de muziek een andere richting opgegaan. Nu mensen precies weten wat ze te horen krijgen vinden ze het leuk om naar een concert te gaan.”
Vind je het een interessant format om een album, of in jullie geval, twee klassieke albums in zijn geheel te spelen?
“Ja, het is iets dat we nooit eerder geprobeerd hebben. Toen we in 2006 gingen toeren nadat we de CD Flat Pack Philosophy hadden gemaakt, speelden we de eerste zes songs van dat album achter elkaar. Dat was leuk om te doen omdat het voelde als één lang nummer.”

De Buzzcocks in de huidige samenstelling, met de oerleden Pete Shelley en Steve Diggle, bestaan alweer langer dan de band die tussen 1976 en 1980 een onuitwisbare indruk maakte. Maar hoewel de band na de heroprichting in 1989 best wel een paar aardige deuntjes gemaakt heeft, staat hun latere muziek in de schaduw van hun powerpop-punk uit de seventies. Buzzcocks werd opgericht door gitarist/zanger Shelley en zanger Howard Devoto. De twee hadden gehoord dat er in Londen een bandje was dat een nummer van The Stooges speelde. Dat was bijzonder, want het waren de hoogtijdagen van Yes, Genesis en Gentle Giant. Shelley en Devoto namen de trein naar de hoofdstad om dat bandje, The Sex Pistols, te zien en ze ontmoetten er hun manager, Malcolm McLaren, die de jongens vroeg of ze niet een optreden van de Pistols in Manchester konden organiseren. Op 4 juni 1976 was het zover, in de Lesser Free Trade Hall in Manchester, met de Buzzcocks als support act. De DIY-filosofie achter de organisatie van dat legendarische concert zette de Buzzcocks ertoe om een plaat in eigen beheer te maken. In december 1976 namen ze in de studio van Martin Hannett de EP Spiral Scratch – met het punk-anthem Boredom - op voor hun New Hormones-label. Twee maanden later verliet Devoto de band. Hij ging verder met de art-rockgroep Magazine, die overigens dit jaar weer nieuw leven ingeblazen zal worden. Eind 1977 kreeg Buzzcocks zijn vaste samenstelling; Shelley en Diggle met drummer John Maher en bassist Steve Garvey. In krap twee jaar maakte dit kwartet een reeks geweldige singles, waarvan ook de B-kantjes uitstekend waren, en drie dito albums. Klassieke muziek, inmiddels.

Nu iedereen van Lou Reed tot Van Morrison en Sonic Youth concerten geeft waarbij een album integaal wordt uitgevoerd, is popmuziek klassiek geworden. Hoe denk je daarover, Pete?
“Het gevoel dat die platen klassiek geworden zijn krijg je wanneer je alle songs in de juiste volgorde achter elkaar beluisterd. Als ik thuis muziek muziek wil horen zet ik de computer op shuffle-play. Op die manier ontdek je andere dingen. Maaar soms hoor je een stuk dat je doet verlangen naar het nummer dat erna volgde op het originele album. Die volgorde hoort bij een bepaalde ervaring die je ooit hebt gehad,”
Hoe heb je het Manchester anno 1976 ervaren? Hoe boos en gefrustreerd was je destijds?
“Er was niet zozeer boosheid als verveling. Manchester was erg saai, er gebeurde niets. Het waren de hoogtijdagen van progrock, de muziek was in handen van snobs. Toen Howard Devoto en ik The Sex Pistols wilden laten optreden in Manchester, met onze band in het voorprogramma, kenden we helemaal niemand uit de muziekscene in de stad. Wij kwamen ook niet echt uit Manchester. Ik ging naar school in het nabij gelegen Bolton en Howard woonde in Salford. Wat wij begonnen in Manchester kreeg heel snel navolging. Mensen ontdekten dat het niet moeilijk was om concerten te organiseren of je eigen band te beginnen.”  
Howard en jij gingen eerst naar Londen om de Pistols te zien spelen. Hoe belangrijk was dat moment?
“Het was belangrijk om te ontdekken dat er veel meer mensen waren die van dezelfde muziek hielden als wij. We hadden genoeg van die lang uitgesponnen nummers met gitaarsoli van 20 minuten. Ik wilde terug naar de muziek waarmee ik in de jaren zestig  opgegroeid was, de muziek waarna je ’s nachts in je bed luisterde, met een transistorradio onder je kussen. Radio Luxemburg, Radio Caroline. Van die korte, krachtige songs die je onmiddellijk opnieuw wilde horen als de drie minuten voorbij waren. Naar die tijd verlangde ik terug.”
Buzzcocks was een van de eerste punkbands, maar jullie muziek was anders dan die van je tijdgenoten. Jullie hadden geen politieke slogans of een nihilistische attitude.
“Het had geen zin om met een zelfde stijl te wedijveren met die andere bands. The Clash was politieker dan de Pistols, maar waarom zouden wij een kopie van die bands willen zijn. In Manchester gaven we overigens een geheel andere draai aan punk. Wij waren overigens wel de favoriete band van de Sex Pistols.”
Jullie waren wel de meest melodische van al die groepen.
“Ja, dat is een gevolg van het luisteren naar mijn transistorradio in de sixties. The Kinks en The Troggs (I Can’t Control Myself maakte in het begin deel uit van het live-repertoire van de Buzzcocks – EQ) klonken behoordelijk punky. The Velvet Underground was ook een invloed, Lou Reed is een erg goed componist. Punk was niet alleen maar geschreeuw (lacht). Erop terugkijkend zou je niet verwachten dat punkmuziek melodie kon hebben, maar je kon de songs van The Clash meezingen.”
Veel van jouw liedjes zijn bijna pop te noemen.
“Ja ja, maar zoals ik zei, ik groeide op met The Beatles. Ik heb gitaar leren spelen door naar The Beatles te luisteren.”
Dat lijkt me niet erg punk.
“Toen The Beatles begonnen waren het rebellen (lacht). John Lennon heeft geprobeerd om tot het eind van zijn leven een rebel te zijn.”


Buzzcocks nu © Ian Rook 2009

Orgasm Addicht, Just Lust, I Don’t Mind, What Do I Get?, Oh Shit! Ever Fallen In Love? Noise Annoys, Promises, ESP, Everybody’s Happy Nowadays. Het is een kleine greep uit de indrukwekkende reeks puntige, jachtige maar o zo melodische songs die Pete Shelley in een tijdsbestek van een, twee jaar schreef.
Al jullie singles waren perfect, zelfs de B-kantjes. Waar kwam al die inspiratie en energie vandaan?
“Ik had nog wat songs liggen van voor de Buzzcocks. Love You More had ik al in 1975 geschreven. Maar onze eerste twee albums zijn in het zelfde jaar uitgebracht, dat was destijds ongebruikelijk.”
Ze klinken nog opmerkelijk fris.
“Ja, dat is verrassend. We hebben geluk gehad. We hebben destijds songs geschreven  die ik nog steeds niet zat ben. Ik zou echt niet meer optreden als ik die songs niet goed meer vond. Er zijn betere manieren te bedenken om de dag door te komen.”
Wat de Buzzcocks ook onderscheidden van jullie tijdgenoten, waren de onderwerpen waar je over zong; identiteit, angst, seksuele spanning, verwarring over seksuele geaardheid.
“Typisch Manchester, zou ik zeggen. Het zijn dezelfde thema’s waar Morrissey later zoveel succes mee zou hebben met The Smiths. Kijk, het idee achter punk was om bepaalde dingen relevant te maken. Toen punk begon had je al dat hippie-trippie gedoe met mystieke songs over aardstralen enzo. Punk ging over het alledaagse leven, zelfs over de saaie kanten daarvan. Over alledaagse angsten en twijfels, die iedereen heeft, hoorde je nooit iemand zingen. Als je je eigen angsten en verwachtingen tot onderwerp van een liedje neemt spreek je andere mensen aan. Dat is het mooie van kunst, dat je mensen tot elkaar kunt brengen. Om een ervaring te delen.”
Je hebt ook songs geschreven over de realiteit van het bestaan.‘Reality is a dream’ stel je I Don’t Mind en in Everybody’s Happy Nowadays zing je ‘life’s an illusion’.
“Rond de tijd dat we de Buzzcocks begonnen studeerde ik filosofie (lacht)... Maar of het leven een illusie is, is een vraag waar iedereen wel eens over nadenkt.”

Na Love Bites, jullie tweede album, brak een hectische periode aan. Drank en drugs deden hun verwoestende werk?
“Ja, we zaten in een fase van vertwijfeling. We waren begonnen met het idee dat we niet bepaald de meest populaire muziek maakten. In 1978 waren we opeens een gearriveerd band. We speelden in grote zalen, er was nauwelijks meer contact met het publiek mogelijk. Het werd nogal hectisch en we verloren de controle. Ik trok me meer terug... in een fantasiewereld (lacht).”
Wat was je gemoedstoestand toen je voor het derde album, A Different Kind Of Tension, songs schreef als Hollow Inside en I Believe?
“Ik was bezig met de vernietiging van het ego (lacht)... Het was een heftige filosofische periode.”
Weet je nog wat je dacht toen je Everybody’s Happy Nowadays schreef? Kwam Margaret Thatcher toen niet net aan de macht?
“Ja, het was een doom & gloom-periode. De titel van het nummer had ik gevonden in Brave New World van Aldous Huxley. In dat boek is everybody’s happy nowadays een slogan die de overheid henteert.”
De eerste fase van de Buzzcocks kwam ten einde met de drie door Martin Hannett geproduceerde singles. De eerste single, Are Everything, klinkt nog steeds briljant. Wat herinner je je van die sessies met Hannett?
“Voor Are Everything heb ik niet veel gedaan, ik had het te drukken met trippen. Een willekeurige dag in de studio met Martin begon met het innemen van LSD. Martin maakte dan meestal een loop van de backing track en dan wachtten we tot ik zover was om de zang op te nemen. Het was een geheel andere manier van werken. Interessant, maar ik zal het niemand aanraden. Drugsexperimenten in de studio, is geen goed idee.”
Van Huxley naar Holywood; wat dacht je toen je hoorde dat Ever Fallen In Love gekozen was voor de soundtrack van Shrek 2?
“Ik was verrast! Maar niet erg hoopvol, want je weet hoe dat gaat bij zulke grote films. Ze selecteren misschien wel 100 of 200 songs en gaan dan aan de slag om de rechten te krijgen. Pas veel later wordt de beslissing gemaakt voor de keuze van de songs. Toen Shrek 2 uitkwam hoorde ik pas dat Ever Fallen In Love er in zat. I was shocked!”
Helaas is niet jullie originele versie gebruikt. Wat vind je van die cover van Pete Yorn?
“Ik ken Peter Yorn niet... Maar het nummer werkt goed in de film.”
Is Ever Fallen In Love het Buzzcocks-liedje waar je voor herinnerd wil worden over vijftig jaar?
“Het zal het vast worden, maar gelukkig zijn er genoeg mensen die weten dat we nog wel een paar aardige songs hebben gemaakt.”

Another Bites Tour:
11 februari – Paradiso, Amsterdam
12 februari – Paard van Troje, Den Haag

De drie cruciale Buzzcocks-albums, Music In A Different Kitchen, Love Bites en A Different Kind Of Tension zijn eind 2008 heruitgebracht door EMI als dubbel-CD’s met als extra’s demo’s, liveopnamen en de singles.

Een geheel andere versie van dit interview verscheen in AD Haagsche Courant, februari 2009.