Holger Hiller: "Muziek is per definitie abstract." (1992)

“Ik gebruik voornamelijk samples uit bestaande muziek en de reden daarvoor is dat het zo eenvoudig is. Het is veel makkelijker om andermans drumgeluid of arrangement te gebruiken dan dat je de muziek eerst zelf componeert. Daarom is sampling zo populair”, zegt Holger Hiller.

De Duitse muzikant is een vooraanstaand expert op het gebied van sampling en als pionier van deze techniek maakte hij in de jaren tachtig twee baanbrekende platen. Onlangs verscheen zijn nieuwe cd As Is.
Hoe kijkt Holger Hiller (Hamburg, 1956) als de eerste belangrijke Europese pionier van de sample-techniek aan tegen de wijze waarop de sample zijn weg gevonden heeft in de gewone, alledaagse popmuziek? “Vanaf het begin stond voor mij vast, dat muzikanten veel met samples zouden gaan werken omdat sampling deel uitmaakt van de hedendaagse digitale opnametechniek. Het is dus niet verrassend dat men deze techniek oppikte, maar voor mij is sampling slechts een stap naar volledig digitale elektronische muziek. Een voorbeeld daarvan is de moderne dansmuziek, waar men songs maakt enkel door middel van montage en geluidsmanipulatie.” Hiller zegt het moeilijk te vinden een oordeel te geven over het gebruik van samples in popmuziek. “Kijk, het is een techniek die niets te maken heeft met de inhoud of vorm van muziek. Er zijn veel misverstanden over sampling. Veel muzikanten worden bekritiseerd over het gebruik er van, terwijl die kritiek niets met de techniek zelf te maken heeft maar eerder met de algemene problematiek van muziek als amusement.”

Holger Hiller begon in de vroege jaren tachtig te experimenteren met sampling, omdat hij het steeds moeilijker vond om met andere muzikanten te werken. In 1981 verliet hij mede om die reden de invloedrijke expressionistische Neue Welle-groep Palais Schaumburg. Twee jaar later debuteerde hij als solist met de lp Ein Bündel Fäulnis in der Grube. Een plaat vol wonderlijke geluidscollages, waarin verregaande klankexperimenten aan grappige, maar gortdroge pop gekoppeld werden. Op Oben im Eck (1986) werkte Hiller zijn volstrekt eigen sound verder uit.

Voor beide platen leende Hiller geluiden van Einstürzende Neubauten, maar vooral van zijn geliefde componisten als Schönberg, Varèse en Hindemith. Voor As Is ontleende hij echter hoofdzakelijk geluiden aan de elektronische sector van de hedendaagse gecomponeerde muziek.
De herkomst van samples prijsgeven doet Hiller niet. Op de vraag of een ritme van de Duitse groep Can te horen is op As Is, zegt Hiller dat hij geen toestemming voor het gebruik van zijn samples gevraagd heeft. “De cd had zeker nog twee jaar op zich laten wachten als ik dat overal had moeten doen.” De discussie over het oneigenlijk gebruik van muziek is een verhaal apart, maar interessanter is de vraag hoe Hiller te werk gaat met het construeren van zijn muziek. Is het voor te stellen als constructiewerk, als architectuur bij voorbeeld?
“Ja, daarmee is het te vergelijken. Zó wordt tegenwoordig muziek gemaakt. Ik vergelijk mijn werk het liefst met montage, met film. Men beschrijft mijn muziek meestal als een collage, maar een collage bestaat uit verschillende lagen die samenvloeien terwijl ik juist meer abrupte wendingen toepas en dat heeft meer met montage te maken.”

Naar wat is hij specifiek op zoek in een sample en welke eisen stelt hij aan zijn product? Holger Hiller begint te lachen “Dat is heel moeilijk uit te leggen. Voor mensen die mijn muziek niet kennen, zou ik zeggen dat ik in een sample bepaalde kwaliteiten zoek die representatief zijn voor de Europese muziektraditie, hoewel ik dat aspect weer vermeng met invloeden uit populaire muziek.” Hoewel de doorsnee muziekfan het verbazingwekkende en hoogst intrigerende As Is als ‘moeilijk’ zal omschrijven, is Hiller een andere mening toegedaan. “Voor mij is het geen intellectuele muziek, geen muziek die een analyse vereist om genoten te kunnen worden. Voor mij is het easy listening. Abstract? Nee, maar muziek is per definitie abstract. Pop pretendeert het niet te zijn, maar een vierkwartsmaat is net zo abstract als een ritme in driekwart en een D-mineur-akkoord is even abstract als een C-majeur-akkoord. Maar die klanken zijn algemeen bekend. In de popmuziek vertegenwoordigen ze een ideologie die zichzelf verkoopt als zijnde concreet. Er hoort een beeld bij, een imago. Het gaat dan om sexy jongens en een levensstijl vol glamour. Maar zonder die beelden zou iemand van Mars niets van popmuziek begrijpen en het abstract vinden. Daarom zou moderne muziek abstract zijn en een plaat uit de Top 10 niet.”

Haagsche Courant, januari 1992.

Update 2009: Holger Hiller is sinds 2003 werkzaam als docent talen in Berlijn.