Throwing Muses & Pixies op tournee (1988)

Kristin Hersh en Black Francis zijn twee jonge Amerikanen uit Boston. Dat is niet alles wat zij gemeen hebben; allebei zijn ze 21 jaar oud en allebei voeren ze een belangwekkende nieuwe popgroep aan. The Throwing Muses van Hersh en de Pixies van Francis touren gezamelijk door Nederland.

In 1986 debuteerde Throwing Muses (drie meisjes en een jongen) opvallend met een titelloos album vol claustrofobische tienertrauma’s in een aanstekelijk muzikaal kader dat hier en daar verwijst naar de Velvet Underground en Violent Femmes. Na een rustpauze – zangeres en componiste Hersh werd moeder van een zoon genaamd Dylan – verscheen vorig jaar de mini-elpee The Fat Skier, nu opgevolgd door het intrigerende album House Tornado. Het middelpunt van de Muses-sound is de schelle, vibrerende stem van Hersh. De muziek is uiterst hoekig en wordt gekenmerkt door veel tempowisselingen. Het geheel is avontuurlijk tegen een traditionele achtergrond van gitaar, bas en drums. Ondanks de beklemmende inhoud van de songs blijken de Muses uitbundig vrolijke jonge mensen te zijn. House Tornado lijkt de indringende hysterie van het debuutalbum meer in balans te brengen.
Kristin Hersh: “Ik ben hopelijk wat volwassener geworden. Die eerste elpee was een ware furie van adolescentie; we zijn nu als een band én als personen meer solide. Ik heb inmiddels ook meer geleerd van het ambacht dat songschrijven heet”. Haar teksten lijken voort te komen uit wat in de literatuur wel met een stream of consciousness wordt aangeduid, een associatie van woorden die resulteert in een vorm van automatisch schrijven. “Ik vertrouw mezelf nu meer. Ik weet de onbewuste onzin van de rest te scheiden, waardoor de puurheid van de teksten behouden blijft.”

“Voor mij heeft onze muziek de kracht om alles perfect te definiëren. Gelukkig is er in onze maatschappij plaats voor muziek, anders zou ik aan het moorden slaan”, lacht Hersh, die over haar vorige platen zegt dat het componeren als een catharis was, een innerlijke reiniging om onderdrukte emoties te bevrijden. “Op House Tornado is daar nog enigzins sprake van, maar het materiaal dat we momenteel spelen heeft niet langer met mijn neuroses te maken, maar eerder met wat ik om mij heen zie, wat ik in de krant lees, wat ik van mijn zoontje leer.”
De titel House Tornado mag als contradictie het hele wezen van de Throwing Muses verklaren: de spannende, duizelingwekkende kracht van een tornado en het welhaast kinderlijke gevoel van geborgenheid dat een huis lijkt te bieden. “Daarom heet de plaat ook zo”, stelt Hersh fier. Op The Fat Skier was Kristins zoontje te horen en de trotse moeder erkent dat hij een belangrijke bron van inspiratie is. Over de combnatie van het moederschap en een muziekcarrière zegt zij: “Het is moeilijk, maar alles in het leven is moeilijk en ik prijs me gelukkig allebei te hebben, een kind en een band. Dat is niets om je over te beklagen, dunkt mij.”

Fysieke beelden

De Pixies mogen ook niet klagen en de liefhebber van opwindende, energieke rock ’n roll al helemaal niet. Na vorig jaar spectaculair te hebben gedebuteerd met de mini-elpee Come On Pilgrim, heeft het jonge kwartet zojuist Surfer Rosa afgeleverd, de tot dusver krachtigste en overtuigendste plaat van het jaar. Zanger en gitarist Black Francis (geboren als Charles Thompson) vertelt nuchter over het ontstaan van deze openbaring. “Twee jaar geleden besloot ik een band te beginnen, simpelweg omdat ik daar altijd al van had gedroomd, van kinds af aan.” De brutale bassiste Kim staat op de platenhoes genoemd als Mrs. John Murphy, maar niet alleen omdat ze in feite ook mevrouw Murphy is. “Maar omdat ik het achterlijk vind als mensen zich zo gaan noemen als ze getrouwd zijn!” Het moge duidelijk zijn: de Pixies houden niet van flauwekul. Over hun muziek, gierende gitaren van Joey Santiago, droog en sober drumwerk van David Lovering, pompende baslijnen van Murphy en schrille, hoge zang van Francis, zegt het duo dat het ‘just rock ’n roll’ is. Francis: “Als wij spelen is het alsof je heel hard met een auto rijdt maar toch volledige controle hebt.” Waar het debuut thema’s als incest behandelde, lijkt Surfer Rosa onderwerpen als geestelijke en lichamelijke destructie te behandelen, met songs als Where Is My Mind, Broken Face en Bone Machine. Heftige metaforen. “Het is allemaal erg schizofreen. Ik maak veel gebruik van fysieke beelden. Wij maken nu eenmaal erg luide muziek en daar horen concrete beelden bij”, stelt Francis.

De Pixes en de Throwing Muses spelen vanavond in het Paard in Den Haag.

Haagsche Courant, 1988