The Chills zijn klaar voor de toekomst (1990)

“Dit is een song die ik graag op de radio zou willen horen”, zegt Martin Phillipps, zanger, gitarist en componist van de Nieuwzeelandse groep The Chills. Het perfect getitelde Heavenly Pop Hit is de nieuwe single van de band en is tevens te vinden op de schitterende nieuwe cd Submarine Bells, de tweede volwaardige plaat van het kwartet in tien jaar.

The Chills was de groep die in de vroege jaren tachtig de aandacht op de verkwikkende geluiden uit Nieuw-Zeeland wist te vestigen met wonderlijke singles als Pink Frost en Doledrums. Het geïsoleerde eiland bleek met groepen als The Clean, The Verlaines en Sneaky Feelings veel kwaliteit te bieden. The Chills was het boegbeeld van het actieve locale Flying Nun-label, maar inmiddels onder contract bij het Amerikaanse Slash probeert de groep rond Martin Phillipps nu internationaal erkenning te krijgen.

Maar wie wil er nog hemelse pop horen, vraagt Phillipps zich af en hij klinkt bitter als hij zingt ‘It’s a heavenly pop hit if anyone wants it’. “Ik ben verbitterd over het feit dat dit soort muziek niet meer gemaakt wordt. Popmuziek is zo commercieel geworden dat het kwaliteitsaspect het minst belangrijke geworden is. Mode en trends zijn alles waar het om draait en die situatie is het duidelijkst als je naar de radio luistert. Met The Chills wil ik een alternatief bieden.” Dat betekent niet dat het voor de radioluisteraar meteen onaantrekkelijke muziek zou zijn, want The Chills is verre van een ‘moeilijke’ of experimentele band. Phillipps (26) is een zeer origineel songschrijver die perfecte popmuziek maakt die zich moeiteloos van de rest weet te onderscheiden. Beïnvloed door de Beach Boys, Van Dyke Parks, Randy Newman, punk en psychedelica duurt een typische Chills-song niet langer dan drie minuten en zijn heldere melodieën en herkenbare teksten de belangrijkste troeven. De enige afwijking in wat een klassieke popstructuur zou zijn - en wat The Chills nu juist zo bijzonder en uniek maakt - zijn de speelse fricties in de vorm. Gitaar- en toetsenpartijen lijken op het eerste gehoor te botsen in wat lijkt op een complexe wirwar van melodielijnen. Daarnaast houdt Phillipps zich niet altijd aan vaste rijmschema’s. Toch is de muziek zeer toegankelijk als men bereid is meer dan eens te luisteren. Bij herhaling bijten de prachtige melodieën zich vast in het geheugen.

Submarine Bells liet drie jaar op zich wachten en dat is een lange tijd voor een creatieve componist als Phillipps, die al tien jaar met de groep (de huidige bezetting is alweer de elfde) bezig is. In die periode verscheen slechts een handjevol briljante singles (verzameld op Kaleidoscope World) en de lp Brave Words (1987).
“Ik heb lang moeten wachten, het was een frustrerende periode”, verzucht de Nieuw-Zeelander. Hij vertelt over wijzigingen in de band, een nieuw platencontract en een Amerikaanse tournee. Allemaal redenen waarom Submarine Bells pas nu af is. Maar het wachten werd beloond en Phillipps toont zich als componist inmiddels volwassen.
Submarine Bells is de eerste plaat die de Chills presenteert zoals de groep nu is. Voorheen waren de platen al gedateerd als ze in de winkel lagen, omdat de band weer eens van bezetting was veranderd. Dit is een frisse start voor ons. We zijn klaar voor de toekomst. Klaar om te groeien als band.”

Voor Martin Phillipps is het schrijven van songs een combinatie van inspiratie en vakmanschap. Hij werkt doorgaans lang aan een nummer en Submarine Bells telt titels die nog uit 1982 en 1983 dateren. “Ik ben nooit zo’n spontane componist geweest. Ik sleutel graag langdurig aan songs. Ik heb nog veel oud materiaal waar ik iets mee wil doen. Er liggen nog wel zestig geschikte songs. Wat mij aanspreekt in een popsong is dat de tekst iets moet betekenen voor de luisteraar. Ik heb een hekel aan valse pretenties. Je pikt dat soort teksten er altijd uit; je merkt het aan het gebruik van bepaalde termen en de manier waarop rijmwoorden gebruikt worden. Met rijm heb ik altijd problemen. Het geeft me te veel beperkingen. Ik gebruik graag sterk beeldende woorden. Muzikaal probeer ik altijd kort en bondig te zijn. Vreselijk, dat soort songs waarin te veel herhaald wordt. Je hebt geen vier refreinen nodig, één kan genoeg zijn. Ik hou niet van formules om songs te schrijven.”
 

Haagsche Courant, april 1990