Talk Talk en de dissonanten van Bartok (1986)

Als hij in elkaar gedoken voorbij loopt, blijft er van Talk Talks meesterbrein Mark Hollis alleen een zonnebril en een paardestaart over. Hij komt uit een discotheek die verstopt is een oud pakhuis, steekt de straat over en klimt in een touringbus. Natuurliefhebber en estheet Hollis - met Talk Talk bracht hij recentelijk de wonderschone elpee The Colour of Spring uit - bevindt zich in zeer merkwaardig landschap. De club waar zijn band die avond speelt staat in een oud industriegebied langs een stinkend kanaal waar niets op de kleur van de lente wijst.

Talk Talk doet in het kader van een Europese tournee de Belgische universiteitsstad Leuven aan en terwijl in de zaal alles in gereedheid wordt gebracht voor hét optreden, staat Hollis de verzamelde pers te woord. De intieme, maar rommelige bijeenkomst wordt in de bus gehouden en fotografen verdringen elkaar in het nauwe gangpad. Hollis is moe en heeft geen trek om alle persvertegenwoordigers apart te woord te staan, zodat het recht van de sterkste geldt. Wie het hardst schreeuwt of anderzins de aandacht weet te trekken kan op een antwoord rekenen. De introverte Hollis heeft niets van een popster. Hij is klein van stuk met halflang piekhaar, dat van achteren met een elastiekje tot een zielig paardestaartje verwordt.

Maar Hollis is een natuurtalent, geboren met het loffelijke streven om de perfecte popsong te schrijven. Met The Colour of Spring komt hij daar soms dicht in de buurt. Nadat de in 1981 opgerichte groep - naast zanger Hollis bestaande uit bassist Paul Webb en drummer Lee Harris - vanwege hitsingles als It’s My Life en It’s a Shame werd ingedeeld in de categorie ‘synthi-pop’, verraste het trio met The Colour of Spring door schitterende arrangementen waar geen synthesizer meer aan te pas kwam. Met behulp van zo’n zestig muzikanten werd een uiterst breekbare, melancholieke elpee gemaakt waarop Satie Pink Floyd ontmoet. Is het gemakkelijk werken met zoveel muzikanten in de studio? “We hebben meestal al een idee hoe de arrangementen moeten worden, waardoor we precies weten wie we voor bepaalde nummers nodig hebben, Zij komen er pas aan te pas als wij onze bijdragen al op band hebben staan. De sessiemuzikanten laten we spelen wat ze willen. Bepaalde ideeën die zij hebben, werken we dan verder uit.”

Dat is een omslachtige manier van werken en de groep verbleef dan ook bijna een heel jaar in de studio. “Op tournee werkt dat anders”, zegt Hollis. “Het is heel moeilijk om de muziek van The Colour of Spring live uit te voeren. Zelfs met een uitgebreide groep van elf man. De enige oplossing is om met twintig man te reizen, maar dat is te duur. Met tapes wil ik beslist niet werken en daarom spelen we maar vier stukken van de nieuwe elpee. Er is voor mij een groot verschil tussen optreden en platen maken. Het opnemen van een plaat heeft voor mij te maken met subtiliteit, terwijl een optreden power is.”
Is een tournee dan nog wel leuk? “Het enige leuke is het moment dat je op dat podium staat. Daar krijg je een kick van die je in de studio nooit krijgt. Optreden vind ik belangrijk om daardoor beter na te kunnen denken over hoe je een studio wilt gebruiken, maar anderzijds is driekwart van het concert iedere avond hetzelfde en daar voel ik me niet echt lekker bij. Als ik mocht kiezen, koos ik voor de studio.”

De muziek van Talk Talk is duidelijk veranderd. Commercie is niet langer een pre en de nieuwe songs van Hollis zijn beter doordacht en kleurrijker. Behalve van oude groepen als Traffic en Pink Floyd is Hollis in de ban van klassieke componisten als Satie en Bartok. Kan Mark uitleggen hoe deze componisten hem beïnvloeden? “Wat me in Satie, Debussy en vooral Delius aantrekt is, dat ze erg visueel op me werken. Van Bartok zijn het vooral zijn strijkkwartetten en het gebruik van dissonanten.” Tot slot van het chaotische veel-gesprek vragen we de lichtelijke nerveuze, maar ondanks wilde verhalen zeer sympathieke Hollis of hij geen paradox in Talk Talk ziet: aan de ene kant probeert hij de ultieme popsong te schrijven en aan de andere kant begint Talk Talk zich van de popmarkt te verwijderen door de klassieke invloeden, de dissonerende arrangementen en de breekbaarheid.
“Ik voel me helemaal niet betrokken bij de term pop. Ik geloof dat ik juist alle pop-clichés uit de weg ga. Overigens ben ik van mening dat alle muziek leentjebuur speelt bij andere muzikale richtingen. Stravinsky heeft eens gezegd dat hij zoveel van Mahlers muziek hield dat hij het recht had alles van hem te stelen wat hij nodig achtte.”

“Van wie zou jij willen jatten, Mark?”, komt het van achter uit de bus. “Ik wil van niemand stelen! Het enige wat me aanspreekt is om gebruik te maken van kleine referenties, maar dat is heel wat anders. Het is gewoon leuk om hintjes te geven van wat ik nu zelf erg mooi vind. Het is grappig om in een nummer een stukje van een oud Animals-succes uit de jaren zestig te verweven met een citaatje Ravel.”

Haagsche Courant, 1986.