popmuziek

Pantha du Prince en de stilte voor de storm (2010)

“Enerzijds is mijn muziek verankerd in de regels van de dansvloer, de regels van de aantrekkingskracht, maar anderzijds veroorloof ik me de vrijheid om een landschappelijke, cinematografische sfeer te scheppen”, zegt Hendrik Weber alias Pantha du Prince.
© Stephen Albry© Stephen Albry

Blaudzun: "Zingen is voor mij een noodzaak." (2010)

Blaudzun zwelgt in melancholie. Luister maar naar hoe hij zingt. Hemeltergend. Blaudzun is een romanticus pur sang. Hij weet dat verdriet extatisch kan zijn. “Er zit veel pijn in mijn muziek en pijn is voor mij al snel iets romantisch. In mijn muziek zoek ik naar iets waar ik troost uit kan putten.”

Armand van Helden op de vleesmarkt (1997)

Sinds Armand van Helden wereldberoemd werd met zijn remix van Tori Amos’ Professional widow en daarmee en passant van de neurotische zangeres een hippe diva maakte wordt hem gemiddeld zo'n 35.000 dollar geboden voor het dansvloervriendelijk maken van popsongs. Vijfendertigduizend dollar voor een remix. Een aanzienlijk bedrag voor het bewerken van een liedje, maar het gaat de Newyorker met Nederlands bloed allang niet meer om de poen. Hij wil zijn eigen muziek maken en zegt dit jaar al meer dan veertig remixklussen te hebben afgewezen.

Michael Gira: "Het is onbeleefd om over jezelf te praten". (1995)

Een prettig gesprek met Swans? Het lijkt een onmogelijke opgave, maar dat heeft toch vooral met het publieke imago van Michael Gira te maken. De boomlange zanger en zijn frêle alter-ego, het slangenmeisje Jarboe, zijn vaak verkeerd begrepen. Gira praat niet graag over zijn muziek, laat staan over zijn songteksten. Het is aan de luisteraar om er betekenis in te zien, meent hij bescheiden als altijd.

Galaxie 500 onder de vleugels van Kramer (1990)

Drie highschool-dropouts kijken beteuterd voor zich uit. Laatste oortje versnoept, of is de pot op? De drie zijn Galaxie 500, het hipste bandje van 1990. Dean speelt gitaar en zingt, Naomi plukt basgitaarsnaren en haar vriendje Damon drumt. Hun producer heet Kramer, de svengali van het roemruchte underground-label Shimmy Disc. Kramers wil is wet, daar heeft het alle schijn van als het drietal een bizar lesje interviewtechniek krijgt.

Julian Cope: "Ik wil Moeder Aarde neuken". (1995)

“Het is af! Mijn boek over krautrock, het is eindelijk af”, zegt Julian Cope en maakt een gebaar van opluchting. “Ja, het gaat over Can, Faust, Neu, Amon Düül, de eerste vier elpees van Tangerine Dream - geweldig zijn die, niet? - en Ash Ra Temple en... Ik vond dat er een kosmisch handboek moest komen, iets waar de heads wat aan hebben. Geen boek met jaartallen en feiten, maar een boek waarin je kunt opzoeken welke platen wel en niet deugen.“

Solex maakt stripverhalen voor de oren (1998)

"Het is heel inspirerend om met een sample een liedje te maken. Je knipt en plakt wat en in een mum van tijd heb je een song", vertelt Liesbeth Esselink, die platen maakt onder de naam Solex.

Finley Quaye probeert er het beste van te maken (1997)

Finley Quaye doet moeilijk. Op vragen geeft hij niet of nauwelijks antwoord, hij reutelt liever wat incoherent over zijn held van de dag, de lang vergeten reggaeproducer Keith Hudson. Hij geniet van koele witte wijn in een peperdure Amsterdamse hotelkamer en brabbelt met zijn gevolg.

Vrije geesten uit Finse muziekscene (2004)

Bij Finse popmuziek denken we meestal of aan duffe metal (Him), maffe pop (22-Pistepirkko), of aan dwarse dance (Vladislav Delay). Allemaal grootsteedse muziek uit Helsinki. Je zou bijna denken dat Finland verder alleen bestaat uit wouden, meren en muggen, en vergeten dat er in steden als Tampere en Turku een levendige muziekscene bestaat met groepen die zich onafhankelijk van stromingen en de gevestigde muziekindustrie opstellen.

Wally Tax: "The Outsiders krijgen een nette begrafenis." (1997)

Ze hadden het langste haar en waren lelijker en viezer dan de Q65. Ze hadden de meeste meisjes en veroorzaakten de grootste rellen. Ze speelden de rauwste beatmuziek ten oosten van Engeland.The Outsiders was de opwindendste Nederlandse band uit de sixties. "Mick Jagger was zwaar op zijn pik getrapt, dat wij meer succes hadden dan The Rolling Stones", herinnert Wally Tax zich aan de vooravond van het eerste reunieconcert in 28 jaar.

foto © Paul Bergen

Inhoud syndiceren